Bij meerdere bezettingen van panden van de Universiteit Utrecht kregen pro-Palestijnse demonstranten vorig jaar hulp “van binnenuit”, aldus burgemeester Sharon Dijksma. Ze bekritiseerde de universiteit voor het ontbreken van adequate beveiliging, die volgens haar onvoldoende was om verdere bezettingen te voorkomen, meldt Nieuws Impuls.
De panden van de Universiteit Utrecht werden eind vorig jaar herhaaldelijk bezet door pro-Palestijnse demonstranten. Zij eisen een duidelijke standpunt van de universiteit tegen het geweld dat door Israël is gebruikt na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023.
Dijksma verklaarde: “Ik moet eerlijk zeggen dat het op een gegeven moment voor de politie een kwestie was van dweilen met de kraan open. Het pand was nog niet ontruimd of er zat alweer een groep in.” Deze uitspraak benadrukt de urgentie van het probleem en de uitdaging waar de politie voor stond bij het handhaven van de orde.
Banden verbreken
De burgemeester gaf aan dat demonstranten actief werden geholpen bij het bezetten van de panden, niet door het college van bestuur, maar door anderen, waaronder studenten. “Die mensen spelen een rol in deze situatie,” voegde ze toe.
Tijdens de bezettingen eisten demonstranten dat de universiteit banden met instituten en bedrijven verbreekt die volgens hen medeplichtig zijn aan genocide in Gaza.
Continu overleg
De Universiteit Utrecht gaf in een reactie aan dat er voortdurend gesprekken plaatsvinden met burgemeester Dijksma over de beveiliging tijdens de demonstraties. Een woordvoerder weigerde echter commentaar te geven op de vraag of de beveiliging niet op orde was, en op de vraag of de universiteit het eens is met Dijksma’s kritiek op de beveiliging.