In een uitgebreid interview met Die Welt heeft Bayern München-erevoorzitter Uli Hoeness Michael Olise en Harry Kane geprezen, terwijl hij tegelijk kritiek uitte op Lennart Karl en op clubs die volgens hem te veel geld uitgeven.
Hoeness zette vooral Liverpool neer als voorbeeld van een club die niet vanzelf succes koopt.
“Clubs die met geld smijten, gaan vooral op hun snufferd. Dan denk ik aan Liverpool, dat 500 miljoen euro uitgaf en alsnog maar vijfde werd. Zelfs Paris Saint-Germain won de Champions League pas toen ze hun geld verstandig gingen uitgeven. Zonder Neymar, zonder Kylian Mbappé. Goed scouten en het ontwikkelen van spelers, dat is het pad naar succes.”
Over Olise was Hoeness opvallend lovend. Volgens hem staat de aanvaller nog tot medio 2029 onder contract bij Bayern, maar zal de club dit seizoen al met hem praten over een nieuw contract.
“Michael staat nog tot medio 2029 onder contract. Daar denken we nu niet over. We zullen dit seizoen met hem praten over een nieuw contract. Als hij dat nog niet wil, zien we wel verder. Ik maak me geen zorgen. We hebben veel plezier van Olise. Hij is op weg om de beste speler ter wereld te worden. Hij is zo constant, is snel, scoort, bereidt goals voor: voor mij is hij beter dan Lamine Yamal. Hij is bijna de perfecte speler.”
Ook Harry Kane kreeg veel lof. Hoeness zei dat hij “verliefd” is op de spits en dat het ernaar uitziet dat Bayern en Kane tot een akkoord kunnen komen over een nieuw contract. Hij noemde Kane bovendien een uithangbord voor de club.
Hoeness ging ook in op de Ballon d’Or, die maandag wordt uitgereikt. Kane zou die prijs volgens hem verdienen na “een seizoen met twee prijzen, zoveel goals en de halve finale van het WK”.
Tot slot richtte Hoeness zich op de jonge Bayern-speler Lennart Karl. Volgens hem is Karl nog lang geen superster en moeten jonge spelers bescheiden blijven.
“Ik weet niet of het goed voor Lennart is als hij altijd maar omarmd wordt. Ik ben van plan om een hartig woordje met hem te spreken. Hij is nog lang geen superster. Jonge spelers moeten bescheiden zijn. Aan vergelijkingen met Olise heeft hij blijkbaar nog niet veel: daar zit nog wel heel veel tussen.”


