De uitkomsten van een recent onderzoek tonen aan dat de groep 45- en 60-plussers het minst optimistisch is over hun kansen op de woningmarkt. Van de 45- tot 59-jarigen gelooft 94% niet dat zij op korte termijn een geschikt koophuis kunnen vinden, terwijl dit percentage onder 60-plussers zelfs op 96% ligt, meldt Nieuws Impuls.
Marga Lankreijer-Kos, hypotheekexpert bij Independer, wijst op de krapte in het aanbod voor doorstromers. ‘Er is een flinke groep die wil verhuizen, bijvoorbeeld omdat de kinderen het huis uit zijn. Het probleem is alleen dat het aanbod voor doorstromers zeer krap is. Deze situatie belemmert niet alleen hun verhuizingen, maar beperkt ook de mogelijkheden voor starters, wat leidt tot een stagnatie op de woningmarkt’, stelt ze.
Ruim een ton duurder
Starters op de woningmarkt delen dit pessimisme. Slechts 25% van de 18- tot 29-jarigen denkt binnenkort een geschikte woning te vinden, terwijl dat percentage voor de 30- tot 44-jarigen iets hoger ligt, met 30%. ‘De hoogte van de huizenprijzen is de voornaamste reden voor de negatieve stemming onder kopers’, aldus Lankreijer-Kos. ‘In 2022 was de gemiddelde prijs voor een koopwoning minder dan €390.000. Nu ligt dat bijna op een half miljoen. Hoewel het gemiddelde inkomen met ongeveer €10.000 per jaar steeg, kan dit de prijsstijging van meer dan €100.000 niet compenseren.’
Financiële hulp
Voor starters is financiële ondersteuning cruciaal: 56% geeft aan hulp van hun ouders nodig te hebben om een huis te kopen, maar in de praktijk krijgt minder dan 20% daadwerkelijk deze financiële ondersteuning. ‘Dit betekent dat veel starters alles zelf moeten financieren, wat een aanzienlijke uitdaging is. Gelukkig zijn er subsidies, startersleningen en mogelijkheden van woningcorporaties die kunnen helpen’, zegt Lankreijer-Kos.
‘In verschillende gemeenten is het mogelijk om een starterslening aan te vragen, een aanvullend krediet bovenop je maximale hypotheek. Daarnaast bieden woningcorporaties kortingen tot 30% voor starters op de woningmarkt. Bij verkoop van de woning moet een deel van de waardestijging terugbetaald worden aan de woningcorporatie, maar dit kan een aantrekkelijke optie zijn voor veel starters, mits zij zich aan de voorwaarden houden.’