Vastgoed Belang heeft in een oproep aan de Tweede Kamer benadrukt dat de politiek alles in het werk moet stellen om de door de staatssecretaris van Fiscaliteit gestelde deadline van 15 maart 2026 te halen, zodat de wet per 1 januari 2028 kan ingaan, meldt Nieuws Impuls.
De organisatie voor particuliere vastgoedverhuurders heeft daarnaast specifieke verbetervoorstellen ingediend voor zowel de WWR als het huidige box 3-regime, om tot een werkbaar en rechtvaardig belastingstelsel te komen dat de woningmarkt niet verder onder druk zet. Vastgoed Belang pleit ook voor de invoering van een herinvesteringsreserve in box 3 om noodzakelijke investeringen in de woningmarkt te stimuleren.
Heldere startwaarde
Vastgoed Belang uit zorgen over de inbrengwaarde bij de WWR. Volgens het nieuwe stelsel zullen verhuurders bij de verkoop van een huurwoning belast worden op basis van de waarde bij de verkoop, vergeleken met de waarde op het moment van inbreng. In het huidige voorstel wordt voor woningen die vóór de inwerkingtreding van de wet in bezit zijn, de WOZ-waarde per 1 januari 2028 gehanteerd, waarvan de exacte waarde pas in februari 2029 bekend zal zijn.
De organisatie pleit voor een waardering waarbij verhuurders vooraf weten welke inbrengwaarde zij moeten hanteren. Het voorstel is om de WOZ-waarde per 1 januari 2026 te gebruiken, die al in februari 2027 bekend wordt, met een opslag van 20 procent als startwaarde per 1 januari 2028. Deze methode werd eerder toegepast bij de invoering van de nieuwe wet inkomstenbelasting in 2001 en voorkomt waarderingsdiscussies.
Tijdelijke herinvesteringsreserve
Daarnaast doet Vastgoed Belang een nieuw voorstel om het investeringsklimaat op de huurwoningmarkt te verbeteren: de invoering van een tijdelijke herinvesteringsreserve in box 3. Hierdoor zouden particuliere verhuurders verkoopwinsten kunnen reserveren en herbeleggen in de Nederlandse huurwoningmarkt.
Geen fictieve huur bij leegstand
Vastgoed Belang merkt op dat het huidige WWR-voorstel geen rekening houdt met ongewenste leegstand, zoals bij winkelpanden waarvoor geen huurders kunnen worden gevonden. Volgens het wetsvoorstel zou een verhuurder met vijf langdurig leegstaande panden voor al deze panden belast worden voor een fictieve huur van 3,35 procent, terwijl er geen werkelijke huurinkomsten zijn. Dit is niet in lijn met een stelsel dat daadwerkelijk rendement wil belasten. Vastgoed Belang vraagt om een aanpassing van de regeling en de mogelijkheid tot tegenbewijs over de gevolgen van leegstand.
Kosten en investeringen
Verder is Vastgoed Belang positief over de mogelijkheid om kosten af te trekken in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement. Echter, dit leidt tot onduidelijkheid over het verschil tussen kosten en investeringen. Gezien de grote verduurzamingsuitdaging staan er veel grensgevallen op het punt te ontstaan. De organisatie vraagt om brede, begrijpelijke richtlijnen met praktijkvoorbeelden, zodat verhuurders weten waar zij aan toe zijn.