Groeien in de bouwsector ondanks productiebelemmeringen
De orderportefeuilles in de Nederlandse bouwsector vertonen een opmerkelijke groei, ondanks aanhoudende uitdagingen. In juni 2026 stegen de orderportefeuilles in de grond-, water- en wegenbouw met 0,3 maanden, wat resulteert in een werkvoorraad van 11,1 maanden. Dit blijkt uit de conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie, meldt Nieuws Impuls.
Specifiek binnen de grond- en waterbouw nam de gemiddelde orderportefeuille toe met vier tienden van een maand, bereikt een niveau van 13,1 maanden. Tegelijkertijd steeg de werkvoorraad in de wegenbouw met 0,2 maanden tot 9,4 maanden. Daarentegen stabiliseerde de gemiddelde werkvoorraad in de totale burgerlijke- en utiliteitsbouw, die met 0,1 maand terugviel naar 14,1 maanden. Zowel in de woningbouw als in de utiliteitsbouw daalde de orderportefeuille met 0,1 maand, wat resulteert in 15,1 maanden en 12,7 maanden werkrespectievelijk.
Belemmeringen voor de productie
Ondanks deze groei gaf meer dan de helft van de bouwbedrijven aan belemmeringen te ondervinden bij de productie. Ongeveer 30% van de bedrijven meldde personeelstekorten als een significante hindernis, voornamelijk binnen de grond- en waterbouwsector. Daarnaast noemde meer dan 15% van de bouwbedrijven andere factoren die de productie beïnvloedden, met name uit de woningbouwsector.
In de afgelopen drie maanden is de productie bij circa 20% van de bouwbedrijven toegenomen, terwijl 5% een afname constateerde. Ongeveer een kwart van de bedrijven beoordeelde hun orderpositie als groot, terwijl 10% deze als klein beschouwde. Voor de toekomst voorspelt meer dan een vijfde van de bedrijven een stijging van het personeelsbestand in de komende drie maanden, terwijl ruim 5% verwacht een kleinere bezetting te hebben. In de bouwnijverheid heeft 40% van de bedrijven een prijsstijging in de komende drie maanden in het vooruitzicht, terwijl vrijwel geen enkel bedrijf een prijsdaling verwacht.