De transformatie van verouderde kantoren naar woningen is in een neerwaartse spiraal beland, met naar schatting slechts 6.500 omzettingen per jaar, wat bijna een halvering betekent ten opzichte van eerdere jaren, meldt Nieuws Impuls. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) moet de huidige woningnood voornamelijk worden opgelost door nieuwbouw, gezien de afname van de bijdrage van de bestaande voorraad.
Hilde Remøy, hoogleraar aan de TU Delft, plaatst echter vraagtekens bij deze conclusie. Hoewel ze de cijfers van het EIB niet in twijfel trekt, wijst ze op de ongeadresseerde oorzaken achter de dalende transformatieproductie die meer aandacht vereisen.
Kosten omhoog, opbrengsten omlaag
Remøy stelt dat zolang er verouderde kantoren zijn die leegstaan of dat dreigen te worden, transformatie een significante bijdrage kan leveren aan de woningbouw. Ze benadrukt dat stijgende bouwkosten en uitdagende marktomstandigheden voor woningbeleggers een cruciale rol spelen. “We hebben te maken met oplopende investeringskosten en teruglopende opbrengsten voor woninginvesteerders, mede door de Wet betaalbare huur en fiscale maatregelen. Dit is vooral een probleem voor transformatieprojecten die zich richten op betaalbare huurwoningen,” aldus Remøy.
De hoogleraar benadrukt dat transformatie, woningsplitsing en optoppen nog steeds essentiële instrumenten zijn in de woningbouwopgave. “Deze methodes dragen bij aan een duurzame manier van bouwen en verhogen de maatschappelijke waarde door het verbeteren van verouderd vastgoed en de woonomgeving,” voegt ze toe.
Potentie onderschat
Volgens Remøy onderschat het EIB de potentie van de bestaande voorraad. “Ja, er is nog potentieel dat benut kan worden. Zolang er leegstaande gebouwen zijn, blijft er transformatiepotentie,” betoogt ze. Ze wijst erop dat veel kantoorgebouwen gedeeltelijk leegstaan, wat de mogelijkheid opent voor toekomstige transformatie als deze panden volledig leegkomen.
“Leegstand trekt vaak leegstand aan,” concludeert Remøy.
Operational Real Estate
Tegelijkertijd ziet Remøy een ontwikkeling die de toekomstige transformatievoorraad kan beperken. Samen met haar collega Vitalija Danivska onderzoekt ze het concept van ‘operationeel vastgoed’, waarbij kantoren langer in hun oorspronkelijke functie worden benut. Dit kan leiden tot een afname van gebouwen die beschikbaar zijn voor woningtransformatie, zolang de vraag naar kantoorruimte intact blijft.