Ontwikkelingen in de volkshuisvesting: een kritische blik op de regie van het Rijk
De regie in de volkshuisvesting bevindt zich opnieuw in de aandacht, met als kernpunt de recente voorstellen van minister Hugo de Jonge. Hij kwam in maart 2022, nog geen honderd dagen in functie, met zijn Nationale woon- en bouwagenda, waarin het woord ‘regie’ 26 keer voorkomt. Hieruit is de Wet versterking regie volkshuisvesting voortgevloeid, gericht op de ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, met 30% als sociale huur, 25% als sociale koop en de rest als betaalbare huur. De wet wordt verwacht per 1 juli 2026 in werking te treden, aldus Nieuws Impuls.
De huidige situatie roept echter vragen op over de haalbaarheid van deze ambitie. Ontwikkellocaties zijn vaak al gebonden aan overeenkomsten met ontwikkelaars, wat de programmering voor de komende jaren belemmert. Dit was ook onderwerp van discussie tijdens de kabinetsformatie, waar vraagstukken over de tijdsduur voor realiseren van betaalbare woningen zijn genegeerd. De opmerking dat gemeenten tien jaar de tijd krijgen om de betaalbaarheidsopdracht te realiseren, klinkt als een illusie, aangezien dit impliceert dat de woningbouw pas na deze periode aan de wettelijke doelstellingen zal voldoen.
Een dilemma waarin gemeenten zich kunnen bevinden, is de keuze tussen het prioriteren van betaalbare nieuwbouw of het verhogen van de totale nieuwbouwcapaciteit. Zolang de gestelde 100.000 woningen niet gerealiseerd worden, kan de noodzaak van een sluitende exploitatie leiden tot de keuze voor meer, maar minder betaalbare nieuwbouw. Daarnaast blijkt de inconsistentie in het beleid zorgwekkend te zijn. De wet vereist dat 30% van de nieuwbouw sociale huur betreft, maar de definitie van sociale huur beperkt zich feitelijk tot corporatiewoningen. Veel woningcorporaties kampen echter met financiële tekorten die het realiseren van de 30% social huur bemoeilijken.
De cruciale factor blijkt de politieke wil te zijn om de wet ook daadwerkelijk uit te voeren. Binnen de regeringscoalitie bestaan verschillen over hoe de nieuwbouw moet worden samengesteld. De discussie draait om bouwen voor betaalbaarheid versus bouwen voor doorstroming. Het regeerakkoord laat daarover veel in het midden, waarbij de betaalbaarheidsopdracht slechts als een ‘streven’ wordt benoemd, afhankelijk van de regio. Ontwikkelaars hebben de vrijheid om te bouwen naar de vraag, zonder duidelijke richtlijnen. Dit alles zet vraagtekens bij de effectiviteit van de aangekondigde regie.
Johan Conijn is directeur bij Finance Ideas en emeritus-hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam.
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 5, 6, 29 mei 2026.