Woningcorporaties negeren klimaatrisico’s, waarschuwt onderzoek
Woningcorporaties in Nederland falen in hun aanpak om de risico’s van klimaatverandering te verminderen, terwijl ze wel actief zijn in verduurzaming. Dit blijkt uit onderzoek van de Dutch Green Building Council, dat aantoont dat corporatiewoningen kwetsbaarder zijn voor klimaatrisico’s dan andere woningen. De verbeterslag in energielabels gaat niet hand in hand met het vergroten van de leefbaarheid in de sociale woningvoorraad, meld Nieuws Impuls.
In Nederland is het aantal tropische dagen de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen, met een voorspelling van verdere stijgingen. Dit leidt tot onleefbare situaties, vooral in versteende wijken waar veel sociale huurwoningen zijn gevestigd. Bewoners kampen met gezondheidsproblemen als gevolg van hitte, terwijl de maatregelen van woningcorporaties vaak beperkt blijven tot kleine experimenten. De recente overstromingen in Limburg in 2021 hebben de kwetsbaarheid van de gebouwde omgeving extra onderstreept, maar schade door wateroverlast neemt ook zonder grote rampen toe. Woningcorporaties kunnen deze verantwoordelijkheid niet meer negeren; wie vastgoed bezit, moet zorgen voor de verhuurbaarheid ervan.
Volgens het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek lopen circa 500.000 woningen risico op funderingsschade, met mogelijke kosten van maar liefst € 50 miljard. De toenemende droogte verergert dit proces, maar maatregelen worden vaak pas genomen wanneer de schade zichtbaar is. Dit is financieel kortzichtig en maatschappelijk onverantwoord, aangezien het niet instandhouden van woningen zonder klimaatadaptatie de kwaliteit en waarde van deze woningen in gevaar brengt.
Het is onbegrijpelijk dat klimaatadaptatie geen integraal onderdeel uitmaakt van de Nationale prestatieafspraken (NPA). Door deze aanpassing niet als essentieel te beschouwen, wordt gesuggereerd dat dergelijke maatregelen optioneel zijn. Dit leidt tot reactief handelen en uitstel van noodzakelijke investeringen. Oplossingen zoals vergroening van wijken en slimme renovaties zijn inmiddels goed bekend, maar worden onvoldoende toegepast.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierin een cruciale rol. Door klimaatrisico’s expliciet mee te nemen in de borgingscriteria, kan het fonds woningcorporaties stimuleren om klimaatadaptatie serieus te nemen. Strengere eisen voor achterblijvers kunnen klimaatadaptatie direct op de agenda van de bestuurders zetten, anders zullen de kosten voor onderhoud, kwaliteitsverlies en gevolgen voor huurders snel oplopen.
De sector doet zichzelf tekort zolang klimaatadaptatie niet als kernonderdeel van instandhouding wordt gezien. Het is hoog tijd om het roer om te gooien; niets doen is op de lange termijn aantoonbaar schadelijker en duurder. Klimaatadaptatie moet centraal staan in het beleid, niet aan de rand.