In september kondigde de Russische regering plannen aan om de discipline binnen het leger strenger te handhaven. Een nieuwe wetswijziging voorziet in zwaardere straffen voor het weigeren van bevelen, desertie en verlies van militair materieel. In de voorgestelde aanpassingen van de artikelen 332, 338 en 348 van het Strafwetboek kan weigering om te vechten, het verlaten van posities of het “kwijtraken” van een wapen leiden tot straffen tot twintig jaar gevangenis. Hoewel het wetsvoorstel nog in behandeling is, illustreert het de toenemende zorgen in het Kremlin over de stabiliteit van zijn strijdkrachten.
Massale uittocht van militairen uit Russische eenheden
Uit interne rapporten die uit het Russische ministerie van Defensie zijn gelekt, blijkt dat er tot december 2024 meer dan 50.000 gevallen van ongeoorloofde afwezigheid waren geregistreerd. Als deze trend doorzet, kan het aantal in oktober 2025 oplopen tot 70.000 à 80.000. Deze cijfers tonen niet slechts incidentele vluchtpogingen, maar een systematische en groeiende crisis.
Ook de militaire rechtbanken weerspiegelen de omvang van het probleem. Tot mei 2025 werden meer dan 20.000 zaken behandeld tegen soldaten die weigerden te vechten. Het merendeel betrof desertie en resulteerde vaak in voorwaardelijke straffen. Soldaten werden teruggestuurd naar het front, vaak direct naar stormeenheden waar de kans op overleven minimaal is. Voor de Russische legerleiding telt vooral het aantal beschikbare manschappen, niet de wet.
De opkomst van de ‘500-tie’ soldaten
Binnen het leger kreeg dit fenomeen een eigen benaming: de zogenaamde “500-tie”. Het gaat om ex-gevangenen die hun vrijheid kochten door dienst te nemen, contractanten die zich lieten verleiden door beloften van hoge lonen, en uitgeputte veteranen zonder hoop op terugkeer. Sommigen simuleren ziekten, verwonden zichzelf of kopen hun commandanten om om aan het front te ontsnappen. Hun verhalen verschillen, maar de kern is gelijk: steeds meer militairen willen niet sterven voor een oorlog die zij als zinloos ervaren.
De jacht op deze deserteurs wordt niet alleen door de militaire politie gevoerd, maar ook door hun eigen kameraden. Soldaten worden via sociale netwerken opgespoord, families onder druk gezet en in de frontlinie soms zelfs met drones achtervolgd. Er circuleren beelden van gevangengenomen militairen die aan bomen worden vastgebonden of in kuilen worden gegooid. Sommigen keren nooit terug, geëxecuteerd door hun eigen officieren.
Klimaat van angst en interne verdeeldheid
Commandanten passen ook collectieve straffen toe: als één soldaat vlucht, kan een hele eenheid haar verlof verliezen en vaker in gevecht worden gestuurd. Dit creëert een cultuur van angst en wantrouwen binnen de gelederen.
De situatie van de “500-tie” is daarmee uitgegroeid tot een spiegel van de bredere staat van het Russische leger. Terwijl de regering probeert te overtuigen van een patriottische “heilige strijd”, kiezen tienduizenden militairen voor desertie. Dit ondermijnt niet alleen de operationele slagkracht, maar bedreigt ook de binnenlandse stabiliteit.
Het Kremlin staat voor een dilemma: ofwel de repressie opvoeren en het risico lopen het leger van binnenuit verder te breken, of erkennen dat steeds minder soldaten bereid zijn te sterven voor geopolitieke ambities. Hoe langer Moskou vasthoudt aan de schijn van controle, hoe dieper de crisis lijkt te worden.